naar Zilt&Co
 fabelsvanguido.nl                        fabelsvoorvolwassenen.nl
 
FabelsFabels algemeenFabels oorsprong-1000

         Bestand:Pech Merle main.jpg 

 

                   prehistorische handafdruk in Grotte du Pech Merle, Frankrijk/copyrights zie bron

Inhoud

 

Algemeen

2 Afrika

3 Suriname

4 Azië

5 Amerika

6 Noord-Europa

7 Grieken

8 Romeinen

9 Index van schrijvers tot 1000 na Chr. 

 

1 Oorsprong en verspreiding algemeen 

 

Het fenomeen fabel als volksverhaal is al heel oud. Daarom is over de oorsprong van fabels niet veel met zekerheid bekend en moet men uitgaan van beredeneerde veronderstellingen:

 

Voor de hand ligt, dat fabels bij natuurvolkeren, die dicht bij de natuur leefden en van wie dus de hen omringende natuur het enige referentiekader was, hun oorsprong hebben gevonden. Bij die volkeren was er behoefte aan vermaak en overlevering, bij gebrek aan radio, tv en geheugendragers, die toen niet bestonden. Om, vooral bij avond,  verveling te verdrijven en tevens kennis over te dragen aan de volgende generatie, werden verhalen verteld. Het verhaal werd meestal in versvorm verteld, omdat rijm en cadans voor de verteller een gemakkelijk te onthouden geheugensteun vormden.

 

De aan ons overgeleverde fabels dateren daarom waarschijnlijk van ver voor Christus, en dateren uit de tijd, dat mensen hun verhalen nog slechts in grottekeningen, vaak met dieren in de hoofdrol, konden uitbeelden.

 

naar inhoud/index/home

 

Over heel de wereld en van oudsher kent men de fabel:

 

2 Afrika

 

Afrika, waar de mens als soort oorspronkelijk vandaan zou komen en waar de mensen nog steeds dicht bij de natuur leven, is waarschijnlijk de bakermat van fabels. Veel fabels, ook van de dag van vandaag, gaan over 'Anansi', een slimme spin, die de mens steeds te slim af is.

 

Vanuit Afrika zwermde de mens, als soort, uit naar andere gebiedsdelen. Soms door honger gedreven, soms uit plaatsgebrek, en vaak gedwongen door de slavenhandel. Zo kwamen de Afrikaners in Azië, Europa en Amerika.

 

naar inhoud/index/home

 

 

                                    Afbeelding:Xysticus.spec.6890.jpg 

 

                        struikkrabspin/copyrights zie bron 

 

In het Noord-Afrikaanse Algerije schreef de Berber Lucius Apuleius  (ca. 125-170) in het Latijn. Hij is bekend geworden met 'Metamorphoses', een verhaal over 'de gouden ezel', een vroege vorm van een roman. Ene Lucius tovert zichzelf per abuis om in een ezel, waardoor hij in de gelegenheid is getuige te zijn van bijzondere aangelegenheden. Het verhaal is een verzameling van verschillende korte verhalen, zoals over Amor en Psyche.

 

In Kameroen kende men de fabel van de olifant, die leerde van de kikker.

 

In Noord-Oost Afrika ontstonden al duizenden jaren geleden in Egypte fabels en sprookjes, welke later door bijvoorbeeld de gebroeders Grimm en de Italiaanse Giambattista Basile zijn hertaald, zoals bijvoorbeeld Assepoester, dat ook bekend was bij de Grieken. Andere nog steeds bekende Egyptische fabels zijn: 'De muis, de leeuw en de mens', 'De hond die trouw was' en 'De goede raad van de hop', een grote trekvogel. 

 

naar inhoud/index/home 

 

3 Suriname

 

Vanuit Afrika werden door de slavenhandel veel mensen geëxporteerd naar Suriname. Daar aangekomen bleven de vertellers hun fabels vertellen, maar ontwikkelde 'Anansi' zich in de loop van de tijd van een slim beestje tot een wat gemeen beestje. Hij werd het symbool van de overlevingsdrang, die ook de slaven destijds moesten opbrengen, en die net als Anansie, als echte survivors op slimme manieren telkens hun slavendrijvers te slim af moesten zijn om te kunnen overleven. 

 

4 Azië

 

De 'fabels van Aesopus' waren in India al eeuwen vóór Aesopus bekend. Een oude geleerde, Vishnusharman, ook wel Vishnu Sarma, kreeg van de koning van Mihilaropya de opdracht diens drie weinig leergierige zonen voor te bereiden op de troonsopvolging. Vishnusharman schreef met groot paedagogisch inzicht de bekende fabels in vijf delen voor de zonen op in de 'Pancha Tantra', 'Hitopasheda' en 'Vikram en de vampier', zodat hij de zonen verhalenderwijs makkelijker de koninklijke wijsheden kon bijbrengen en zij zich niet in de moeilijke geschriften hoefden te verdiepen.

In het vroege India waren al veel dierenverhalen bekend, zoals 'Ramayana' van Valmiki en 'Mahabrata' van Vyasa.

Syntipas, ook wel Sindibad, schreef ca. 100 v. Chr. Indiase fabels in 'De vertellingen van de zeven wijze meesters', dat via Syrië en Griekenland West-Europa bereikte en aldaar in vele versies en bewerkingen is gedrukt.

Verder zijn, zowel op rijm als in proza, de fabels bekend van Bidpai (200 v. Chr.), welke van oorsprong zeker al dateren van 1000 v. Chr. 

India kende ook de 'Twintig vertellingen van Jataka', in één waarvan Buddha eens als aap leefde in een groep apen en voor hen zijn leven opofferde om hen te redden. 

Veel fabels van Aesopus en La Fontaine vinden hier hun oorsprong. 

De Franse schrijver Maurice Bouchor vertaalde 15 Indiase fabels in het Frans. 

 

naar inhoud/index/home 

 

In het huidige Indonesië  zijn al eeuwen vooral de verhalen van 'Kantjil', ook wel Kancil, het dwerghert, bekend. Dit kleine nachtdiertje van ongeveer 40 centimeter hoog redt zich door zijn uitzonderlijke slim- en sluwheid steeds uit de meest benarde omstandigheden, waarin hij zich vaak zelf heeft gemanoeuvreerd, met tijgers en andere bedreigers. De slimme Kantjil tart het noodlot nogal eens, omdat hij zijn bedreigers regelmatig uitlokt. In de verhalen spelen ook de tijger, krokodillen, een aapje en Saleiman, de wijze koning.  Het is meer een dierenepos dan op de moraal gerichte fabels.

 

naar inhoud/index/home

 

Ook in Arabië, het Midden-Oosten-gedeelte van Azië, waren fabels en sprookjes al eeuwen bekend: Reeds 900 v. Chr. schreef Loqman in het Arabisch vele fabels, waaonder 'De kip met de gouden eieren'. Zijn fabels tonen veel overeenkomsten met die van Aesopus, Phaedus en later La Fontaine.

Nog steeds wereldberoemd zijn de erotische sprookjes van 1001 nacht, de sprookjes van Scheherazade, die in het Christelijke Westen een minder erotische hertaling heeft gekregen dan de oorspronkelijke Arabische vertellingen.

 

In Mesopotamië, het land tussen de rivieren de Eufraat en de Tigris, het huidige Irak, kende al ruim voor 3.000 v. Chr. het op kleitabletten opgetekende Sumerische spijkerschrift. De Soemeriërs waren cultureel hoogontwikkeld en kende een uitgebreide mythologie en traditie van fabels en volksverhalen. Er is een fabel bekend van 'De hond en de dadels'. 

 

naar inhoud/index/home

 

5 Amerika

 

De Indianen, de oorspronkelijke bewoners van Amerika, leefden dicht bij de natuur. Geen wonder, dat dieren de hoofdrol speelden in hun verhalen. Bekend is nog de fabel van 'de Indiaan en de kikvors'.

 

 

            Afbeelding:Hyla arborea (Marek Szczepanek).jpg

 

                                        kikvors/copyrights zie bron

 

In Alabama was er een verhaal bekend over een klein kind, dat vriendschap had gesloten met een slang. Nadat de vader de slang had gedood, werd het kind ziek.

 

naar inhoud/index/home 

 

- Europa

 

6 Noord-Europa

 

Ook in noord-Europa bestond een grote traditie van mythen, sagen en allerlei andere verhalen. Hoe kon het ook anders, in een tijd van kou en dag- en nachtdonkerten in de winter, zonder TV, radio of enige andere afleiding. Verhalen werden verteld om de lange, saaie dagen en avonden door te komen.

 

De Scandinaviërs en Germanen - tussen wie onderling ook weer  verschillen - hadden ook een breed arsenaal aan verhalen. Hun grotendeels antropomorfische godenverhalen liepen voor een deel parallel aan die van de Grieken en Romeinen. We herinneren ons allemaal namen als de oppergod 'Wodan', de god van de dood en de oorlog, en Donar, de god van de bliksem en donder (welk woord etymologisch is afgeleid van 'donar') en van de godin 'Freya', en het 'Walhalla' als rustplaats van dappere strijders. Ook landen als Ierland en Schotland leenden en lenen zich tot op heden bij uitstek voor bijeenkomsten op herfst- en winteravonden voor de beoefening van muziek en voordrachtskunsten.

 

De goden van noord- en zuid-Europa hadden voor een belangrijk deel dezelfde hiërarchisch-menselijke indelingen en functies.

 

naar inhoud/index/home 

 

Afbeelding:Lightnings sequence 2 animation.gif

 

   Donar, de god van donder en bliksem/voor copyrights zie bron

 

naar inhoud/index/home  

 

7 Grieken

 

De fabels werden in het algemeen overgeleverd door vertellingen, omdat veelal geschreven tekst onbekend was. 

 

De eerste Griekse fabels kennen we van Hesíodos (ca. 800 v. Chr.), 'de havik en de nachtegaal' in zijn dichtwerk 'Erga kai Hèmerai', 'Werken en Dagen', een soort morele handleiding voor boeren, en van Archilochus, met zijn fabels 'de vos en de adelaar' en 'de vos en de aap'.

 

Aesopus wordt gezien als 'de vader van de Westerse fabel', die de al eeuwen in India als  Pancha Tantra  en ook in Egypte bekende fabels naar het Westen importeerde. Zijn fabels werden oraal overgeleverd en zijn voor het eerst op schrift gesteld door Demetrius van Phalerum; later door Phaedrus en vele anderen, onder wie La Fontaine. 


naar inhoud/index/home

 

 

                                   Image:Diego Velasquez, Aesop.jpg

 

                                  Aesopus naar een schilderij van Diego Velásquez/copyrights zie bron

 

naar inhoud/index/home 

 

De Grieken waren als geen ander volk verzot op vertelsels en verhalen, zoals het epos van de Ilias en Odyssee, waarin de blinde dichter Homerus over de omzwervingen en ontberingen van Odysseus verhaalde. Aan hem wordt ook wel 'De kikker-muizen-strijd' (in het Grieks 'Batrachomyomachia') toegeschreven, een parodie op de Ilias, omdat dat werk qua stijl overeenkomt met de stijl van Homerus. In feite een voorloper van de 'fabel', waarin dieren antropomorfisch de hoofdrol spelen. Homerus wordt wel 'de grootste episch dichter van het grootste episch dichtwerk allertijden' genoemd. 

 

De Grieken waren ook gek op mythologische goden- en heldenverhalen, waarin ook sprekende dieren voorkomen. Zo kenden de Grieken Xanthos en Balius, twee onsterfelijke paarden, die van godin Hera het vermogen om te spreken hadden gekregen. Tot op heden worden wereldwijd paarden en maneges naar deze roemruchte paarden genoemd.

 

En tot op vandaag zijn de Griekse tragedies bekend van Euripides, Sophokles en Aeschylos, die nog steeds de Griekse en Europese cultuur beïnvloeden.

 

Aeschylos heeft het over 'Aesopische fabels' en 'Lybische fabels'. Van deze laatste fabels is ons niets meer bekend. Hooguit vinden we aansluiting via Aulus Gellius, die verhaalt over de naar Lybië gevluchte slaaf Androclus, bekend van de fabel 'Androclus en de leeuw'.

 

Grieken waren ook verzot op filosofie, zoals die van Socrates, beschreven door zijn leerling Plato. Volgens deze laatste zou Socrates ook fabels hebben beschreven in zijn Phaedo 61a, maar daar is niets van bewaard gebleven.

 

Ook waren de Grieken, net als de Egyptenaren, bekend met hedendaagse sprookjes, zoals Assepoester, die door de gebroeders Grimm en Giambattista Basile later zijn hertaald.

 

naar inhoud/index/home 

 

 

 

Afbeelding:Alcedo atthis 3 (Lukasz Lukasik).jpg

 

             de ijsvogel speelde een grote rol in de Griekse mythologie/wikimedia commons zie bron 

 

 

naar inhoud/index/home

 

8 Romeinen  

 

Ook de Romeinen waren gek op fabels en myhologische dierenverhalen, en legenden. Het verhaal van Vergilius in zijn 'Aeneas' over Romulus en Remus, gezoogd door een wolvin, de latere stichters van de stad Rome, getuigt hiervan. Daarnaast schreef Vergilius diverse boeren- en herdergedichten en fabels.

Phaedrus verwoordde als eerste de fabels van Aesopus in zesvoetige jamben en creëerde zo een nieuw literair genre, zij het nog in vrij ruwe taal. Daarnaast schreef hij een aantal eigen fabels in het Latijn.

Aphthonius hertaalde fabels van Aesopus, waarvan er 40 bewaard zijn gebleven. 

 

Aulus Gellius beschreef in zijn 'Attische nachten' de fabel van 'Andraclos en de leeuw'.

 

Claudius Aelianus schreef een gevarieerde verzameling dierenverhalen.

 

Vroeger werd aangenomen, dat Gaius Lulius Hyginus (64 v. Chr. - 17 na Chr.) in het Latijn fabels had geschreven. Later is men gaan denken, dat hij werd verwisseld met zijn naamgenoot Hyginus Mythographus (wat betekent 'mythenschrijver'), die een handboek 'Fabulae', oorspronkelijk 'Genealogiae' genaamd, heeft geschreven. Naast een stamboom van de goden bevatte het boek in deel twee 220 fabels. Gaius Hyginus was een leerling van Alexander Polyhistor. 

 

naar inhoud/index/home

 

Zie ook: 

 

Positie fabels

Overeenkomsten en verschillen fabels en andere verhalen

Latere ontwikkelingen fabels

Fabels van 1900-heden 

9 Index op achternamen schrijvers van de oorsprong tot 1000 na Chr.:

 

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X IJ Y Z

 

A   

 

- Aeschylos  

 

Aeschylos, in het Latijn Aeschylus (525-456 v. Chr.), was de laatste van de drie grote Griekse tragedieschrijvers, na Euripides en Sophokles. Hij schreef meer dan 70 klassieke Griekse tragedies, waarvan er slechts zeven bewaard zijn gebleven. Aeschylos heeft het ergens over 'Aesopische fabels' en 'Lybische fabels'. Van deze laatste fabels is ons niets meer bekend. Hooguit vinden we aansluiting via Aulus Gellius, die verhaalt over de naar Lybië gevluchte slaaf Androclus, bekend van de fabel 'Androclus en de leeuw'.  


naar inhoud/index/home

- Aelianus, Claudius 

 

Claudius Aelianus (175-235 na Chr.), schrijver , rhetoricus en krijgskundige (en daarom bijgenaamd 'Tacticus'), schreef in zijn uit 14 boeken bestaande 'Varia historia' anekdoten over merkwaardigheden uit het rijk der natuur en in zijn uit 17 boeken bestaande 'De natura animalium' een gevarieerde verzameling dierenverhalen. Onder andere over de vrouw, die in de tempel van haar lintworm wilde worden bevrijd. Onbekwaam personeel scheidde haar hoofd van haar romp en haalde de lintworm er uit. De verantwoordelijke god was hierover zo verontwaardigd, dat hij het hoofd weer op haar romp bevestigde, waarna zij zonder lintworm verder kon leven. Zijn verhalen berustten niet op waarnemingen in het dierenleven, maar op fantasie en literaire bronnen.

naar inhoud/index/home

 

- Aesopus (Latijn) of Aisopos (Grieks) of Esopus (Nederlands)  zie foto Aesopus

 

 

Image:Aesopus moralitus Vita et Fabulae.jpg

 

  Aesopus/copyrights zie bron

 

naar inhoud/index/home

Aesopus (620-560 v. Chr.) was een Griekse dichter. Hij was een mismaakte slaaf met een bochel, volgens Aristoteles oorspronkelijk afkomstig van Thracië.  Xanthus, een filosoof en privéleraar, kocht Aesopus op de slavenmarkt vanwege diens welsprekendheid. Aesopus werd vervolgens leraar retorica  op de privé-school van Xanthus.

Nadat de oppermachtige koning Croesus van Lydië het zeer welvarende eiland Samos, waar Xanthus woonde en ook Pythagoras, de oorlog had verklaard, heeft Xanthus zijn slaaf Aesopus, wanwege zijn overtuigende welbespraaktheid, als afgevaardigde naar Lydië gezonden. Daar overtuigde Aesopus koning Croesus ervan om van verovering van Samos af te zien en de bevolking te sparen. Hij deed dat door middel van de volgende fabel: een vogelvanger vond in zijn netten alleen een krekel in plaats van vogels. Hij wilde de krekel, die hij niet kon eten, doden. Maar de krekel zei tegen de man: "Spaar mijn leven, dan kunt u in elk geval van mijn zangkunsten genieten"; een metafoor voor: als u ons leven spaart, kunnen we blijven werken en belasting aan u gaan betalen. Koning Croesus was zo verrukt van de fabel, dat hij het leven spaarde van Aesopus en van de gehele bevolking van Samos. In feite was Aesopus de eerste diplomaat.

Als dank ontsloeg Xanthus Aesopus uit zijn slavernij. Zonder Xanthus zou Aesopus mogelijk nooit als fabelaar zijn ontdekt; en zonder Aesopus zou Xanthus waarschijnlijk nooit bekend zijn geworden.

Aesopus, die de kracht van de metafoor kende, verdiende tijdens zijn vele reizen vervolgens de kost met het vertellen van allerlei fabels, die waarschijnlijk al lang bestonden en mogelijk uit zijn geboortestreek Thracië afkomstig waren.

Hij werd uiteindelijk ter dood gebracht in Delphi, waar hij een beul van een steile helling werd geduwd, na uit jaloezie vanwege zijn populariteit en uit angst voor zijn goddeloze fabels valselijk te zijn beschuldigd van diefstal van een gouden offerschaal uit de tempel van Delphi, een vergrijp waarop de doodstraf stond. Zijn graf bleef lange tijd een bedevaartsoord vanwege zijn grote populariteit bij het gewone volk. 

Het bestaan van de persoon van Aesopus is herhaaldelijk in de geschiedenis in twijfel getrokken en zelfs ontkend, o.a. door Luther. Volgens de laatste zouden de Aesopische fabels zijn geschreven door een aantal geleerden. 

De fabels van Aesopus worden in de literatuur, ook in latere bewerkingen, 'Aesopische' of, op zijn Grieks, 'Aisopische fabels' genoemd; in het Latijn 'Aesopica'.

Aesopus bracht zijn fabels alleen mondeling over op zijn publiek; hij heeft zijn fabels zelf niet op schrift gesteld. Dat deden Demetrius van Phalerum, daarna Phaedrus en vervolgens vele anderen, onder wie La Fontaine. In tegenstelling tot hun fabels waren die van Aesopus niet op rijm. 

 

naar inhoud/index/home 

                                                       

 

                                                      Aesop, as depicted in the Nuremberg Chronicle by Hartmann Schedel in 1493. Note the alternate spelling "Esopus", with a long s, and the truncated 'p'.

 

                                                              Aesopus ('Esopus')/copyrights zie bron

 

 

naar inhoud/index/home 

 

- Androclus  

 

Androclus (begin van onze jaartelling) was een Romeinse slaaf. Aulus Gellius beschrijft in zijn 'Attische nachten' een voorval, dat bekend staat als ‘Androclus en de leeuw’, dat hij heeft overgenomen uit het 5e boek van de 'Aegyptiaca' van Apion Plistonicesdie uitdrukkelijk beweerde het voorval met eigen ogen te hebben gezien.
 

naar inhoud/index/home

 

- Aphthonius van Antiochië  

 

Aphthonius van Antiochië (ca. 350-450), in de literatuur veelal aangeduid met alleen 'Aphthonius', was een Griekse sofist en redenaar. Hij onderwees o.a. toekomstige militairen. Veel meer is er niet van hem bekend, behalve dat hij bevriend was met ene Eutropius en met Libanius. Hij had een vrij directe schrijfstijl. Hij hertaalde fabels van Aesopus, waarvan er 40 bewaard zijn gebleven.

 

- Apion, Plistocines  

Apion Plistocines (begin van onze jaartelling) was een historicus in Alexandrië. In diens 5e boek van de 'Aegyptiaca'  beweerde hij uitdrukkelijk, dat hij zelf getuige  was geweest van het voorval van 'Androclus en de leeuw', zoals door
Aulus Gellius beschreven in diens 'Attische nachten'.

- Archilochus
 

 

Archilochus was een Griekse dichter, bekend om zijn spotdichten, waarmee hij zelfs zijn verloofde Neoboulè tot zelfmoord zou hebben gedreven. Hij was zeer populair in zijn tijd, met name omdat hij zich met zijn gedichten sterk afzette tegen de gevestigde orde. Hij overleed als huursoldaat in de oorlog tussen Paros, zijn geboorte-eiland, en het eiland Naxos. Archilochus werd bekend met zijn fabels 'de vos en de adelaar' en 'de vos en de aap'.

 

naar inhoud/index/home


- Aristophanes  

 

De Griekse dichter en toneelschrijver Aristóphanes (ca. 446-386 v. Chr.) was een vriend van Socrates en kritisch ten opzichte van de sofisten. Hij schreef onder andere de stukken 'De wolken', 'Vogels' en 'Kikkers'. Hij werd ook bekend met zijn 'Lysistrate', een bekend thema in 'Antigone', over de seksstaking van de Atheense vrouwen om vrede af te dwingen. Hij schreef onder andere de fabel 'De vrouw en de kruik', waarin de kruik een rol krijgt toebedeeld.

 

- Aristoteles

 

Aristoteles (384-322 v.Chr.) was een Griekse filosoof en universeel onderlegd geleerde. Hij behoorde tot de school van Socrates en Plato. Hij schreef veel over Meteorologie ('Meteorologica') en over dieren ('De Anima', 'Generatione animalium', 'Historia animalium', 'Parva naturalia' en 'Partibus animalium'. Hij beschreef het winterkoninkje als 'de koning van de vogels' en als 'de vijand van de adelaar', omdat hij, hoe klein ook, alle andere vogels altijd te slim af is.

naar inhoud/index/home

 

- Augustinus, Aurelius (zie foto) 
 

Aurelius Augustinus, ook bekend als 'Sint Augustinus' (354-430 na Chr.), was een invloedrijk 'kerkvader' en bisschop in de katholieke kerk. Deze kerk is altijd nogal afstandelijk geweest ten aanzien van (fabels over) dieren, die werden gezien als een afzonderlijk stuk van de schepping, los van de mens. Als de mens namelijk zou kunnen leren van een dier in een fabel, staat de suprematie van de mens ten opzichte van het dier op de tocht. Zo dacht ook Augustinus er over gezien zijn aforisme 'We zien en horen aan hun geschreeuw dat dieren een pijnlijke dood sterven. Maar de mens gaat hieraan voorbij, omdat er tussen ons en de beesten, die een rationele ziel ontberen, geen rechtsgemeenschap is.' Toch was Augustinus zelf pleitbezorger voor fabels en biologische en fysiologische studies, zoals die van Physiologus. Augustinus zag de moraal van een fabel of parabel namelijk als belangrijke 'carrier' voor de Christelijke boodschap.

 

 

naar inhoud/index/home 

 

- Avianus, Flavius

 

Onbekende schrijver (ca. 500 na Chr.), die de door Phaedrus destijds opgeschreven fabels van Aesopus opnieuw in Latijnse verzen hertaalde. 42 van deze fabels zijn er van hem bekend.

                                 
B  

 

- Babrius, Valerius

 

De Griek Valerius Babrius (in het Grieks Babrios) hertaalde in 70 na Chr. (anderen noemen 300 na Chr.) de Aesopische fabels. Babrius is een nogal miskende fabulist, omdat zijn fabels zoek waren geraakt en als verloren gegaan werden beschouwd. In1844 werden 136 originele fabels van Babrius ontdekt in het klooster van Mont-Athos. Daar had de monnik Ignatius de fabels van Babrius hertaald. De fabels van Babrius hebben La Fontaine niet of nauwelijks beïnvloed, omdat hij ze vermoedelijk ook niet heeft gekend, zodat ze voor hem niet als directe bron kunnen worden gezien.  


naar inhoud/index/home

C


- Croesus  

Croesus (595-541 v. Chr.) was de oppermachtige koning van het West-Aziatische Lydië (thans West-Turkije) van 561 tot 542 v.Chr. Hij gold als de rijkste man ter wereld. Lydië was namelijk rijk aan goud en er werden de eerste gouden munten geslagen. In rap tempo veroverde Croesus diverse stadstaten in Griekenland. Ook sloot hij met diverse staten niet-aanvalsverdragen in ruil voor belastingafdrachten. Toen hij zijn oog had laten vallen op het welvarende eiland Samos, waar o.a. Xanthus en Pythagoras woonden, zond Xanthus zijn welbespraakte slaaf Aesopus als consul naar Croesus. Aesopus wist Croesus door het vertellen van de fabel van 'De vogelvanger en de krekel' er van te overtuigen af te zien van zijn gewelddadige verovering van Samos en de bevolking aldaar te sparen. De geschiedschrijver Herodotus, die zich om politieke redenen ook op Samos had gevestigd, verhaalt uitvoerig over koning Croesus. Croesus werd uiteindelijk overwonnen door koning Cyrus II van Perzië. Croesus had namelijk in de winter zijn leger ontmanteld; zo niet Cyrus, die Sardes, de hoofdstad  van Lydië, twee weken belegerd had. Croesus werd door Cyrus gevangen genomen en veroordeeld tot de brandstapel. In de vlammen vroeg Croesus Apollo om hulp, die hem een regenbui zond, die de vlammen doofde. Cyrus spaarde daarop het leven van Croesus, raakte met hem bevriend en hield Croesus tot diens dood aan als adviseur.

 

- Demetrius van Phalerum  

 

- Demetrius, in het Grieks Demetrios van Phalerum (350-283 v. Chr.) was in Athene een dichter, schrijver en staatsman. Hem wordt toegeschreven, dat hij voor het eerst de fabels van Aesopus op papier heeft gesteld. Noch van deze, noch van enig ander geschrift van zijn hand is iets teruggevonden. Zijn geschriften worden als verloren gegaan beschouwd.  

 

 

 

- Ennius, Quintus

 

Quintus Ennius (239-169 v. Chr.) was dichter en fabelschrijver, voor zover bekend van de eerste fabel 'De boer en de leeuwerik'. Ennius wordt ook wel gezien als 'de vader van de Latijnse poëzie'.


naar inhoud/index/home

G


- Gellius,
Aulus
 

 

Aulus Gellius (130-180 na Chr.) was een Romeins schrijver en filosoof. Na zijn rechtenstudie vestigde hij zich als advocaat in Rome. In 175 na Chr. publiceerde hij zijn 'Noctes Atticae' ('Attische nachten') vol artikelen en aantekeningen over zijn studententijd in Athene. Hij is met name bekend geworden door zijn fabel 'Androclus en de leeuw': de naar de Noord-Afrikaanse woestijn in Lybië gevluchte slaaf Androclus zou ooit een leeuw  hebben bevrijd van een doorn in zijn poot, waarna hij drie jaar lang samenwoonde met de leeuw, die voedsel voor hem ving. Nadat beiden gevangen genomen waren, moest Androclus, die de leeuw natuurlijk goed kende, het tegen hem opnemen in de arena. Androclus werd hartelijk door de leeuw begroet in plaats dat hij door hem werd verscheurd. Als dank werden Androclus en de leeuw de vrijheid gegund. Apion Plistonices, de bron van deze geschiedenis, zou het met eigen ogen hebben gezien. Dit verhaal is in de literatuurgeschiedenis in vele varianten herschreven. Het vertoont gelijkenissen met 'Daniël in de leeuwenkuil'.

                                                                          

                                                                                                                                                                                                 

 

                Aulus Gellius/uitgave Leiden

 

naar inhoud/index/home


H


- Herodotus  

 

Herodotus, in het Grieks Herodotos, van Halicarnassus (485-420 v. Chr.) was een Griekse historieschrijver. Zijn grote werk heette dan ook niet voor niets 'Historiae', dat nog wel anekdotische en legendarische sporen bevat. Om politieke redenen vluchtte hij naar het eiland Samos, waar ook Xanthus en Aesopus woonden. In zijn boek verwijst hij naar de Lydische koning Croesus, die hij als eerst-verantwoordelijke houdt in de Perzische oorlog. Het is deze Croesus, die volgens de overlevering door Aesopus aan de hand van diens eerste fabel, over 'De vogelvanger en de krekel', overtuigd om de bevolking van het eiland Samos te sparen.


naar inhoud/index/home

- Horatius, Quintus  


Quintus Horatius Flaccus,  (65-8 v. Chr.) was een vrijgelaten Romeinse slaaf. Hij studeerde in Athene. Na vele omzwervingen keerde hij in Rome terug. Hij werd er dichter en raakte bevriend met Vergilius en opgenomen in de kunstkring van Maecenas. In zijn Epistolae' ('Brieven') besprak hij op milde wijze de domme dwaasheden in de maatschappij, o.a. aan de hand van de fabel 'De vos en de wezel'. In zijn 'Satiren' (satyrische gedichten) haalt hij de fabel van 'De stadsmuis en veldmuis' aan. La Fontaine vond veel inspiratie in de geschriften van Horatius, evenals in die van Aesopus. De kracht van fabels en hun milde kritiek vond Horatius liggen in het 'lachend de waarheid zeggen'.

 


 
- Ovidius  

 

Publius Ovidius Naso, bij afkorting genaamd 'Ovidius' (43 v. Chr. - 17 na Chr.) had rechten en retorica gestudeerd. In de tijd van keizer Augustus behoorde hij tot de grote dichters, samen met Horatius, Propertius, Tibullus en Vergilius. Hij schreef o.a. verzen onder de titel 'Ars Amatoria', de kunst van het liefhebben; 'Remedia Amoris', Remedie tegen de liefde, en 'Metamorphoses', mythologische gedaantenverwisselingen, waarin de goden mensen als beloning of als straf veranderden in dieren, planten, rotsen, sterrenbeelden enz., welke gedichten door Vondel en Constantijn Huygens zijn vertaald in het Nederlands. Ook schreef hij 'Halieutica', een werk over de vissen in de Zwarte zee, waar hij, verbannen door keizer Augustus, zijn laatste dagen sleet; om onbekende redenen, mogelijk omdat zijn amoureuze gedichten te frivool waren voor de keizer.


naar inhoud/index/home

P  

- Phaedrus/Phaedros

 

Phaedrus, in het Grieks Phaedros, was een jonge slaaf aan het hof van keizer Augustus in de eerste eeuw na Christus. Hij was van Grieks-Macedonische afkomst. Hij verwoordde de fabels van Aesopus onder de naam 'Fabulae Aesopiae' als eerste in zesvoetige jamben en creëerde zo een nieuw literair genre, zij het in nog vrij ruwe taal.  Daarnaast schreef hij een aantal eigen fabels in het Latijn.

Zijn fabels bevatten maatschappelijke kritiek, die door zijn verpakking in een fabel niet altijd als zodanig werd herkend.  

Keizer Augustus gaf hem de vrijheid. Onder de opvolger van keizer Augustus, keizer Tiberius, kreeg Phaedrus het moeilijk, want Sejanus, het hoofd van de Romeinse politie, zag in zijn fabels allerlei ondermijningen van het gezag. Toen Sejanus was afgezet, kreeg Phaedrus weer meer ruimte voor zijn fabels.

Phaedrus was  liberaal en onorthodox in zijn gedichten. Naast dieren laat hij in zijn fabels bijvoorbeeld ook bomen spreken.

De fabels van Phaedrus waren daarom  niet erg geliefd bij zijn tijdgenoten en jaloerse collega's. Phaedrus heeft, zeer tot zijn teleurstelling, zelf zijn grote roem niet meegemaakt. Pas in 1596 werden zijn vijf boeken fabels gepubliceerd, waarvan helaas een groot deel verloren is gegaan. Slechts 93 van zijn fabels bleven bewaard. François Pithou had de fabels van Phaedrus gevonden in de bibliotheek van Saint-Remi de Reims. In 1809 verscheen de 'Codex Perottinus', een aanvulling op de fabels van Phaedrus, die Perotti had overgeschreven uit een als verloren verondersteld handschrift van Phaedrus.   


naar inhoud/index/home

- Physiologus

 

'Physiologus' betekent 'de fysioloog' en was ongetwijfeld een pseudoniem van de Alexandrische schrijver er van. Physiologus schreef rond 200 na Chr. een sterk christelijk gekleurd biologisch/fysiologisch boek over bestaande en over mythische dieren. In de Middeleeuwen vond dit genre een herleving in het bestiarium.


naar inhoud/index/home 

- Protagoras

Protagoras was een van de eerste en invloedrijkste sofisten. Van hem zijn diverse bekende aforismen bekend, zoals 'De mens is maat van alle dingen'. Als agnost zei hij: 'Van de goden weet ik niets'. Dat was de reden, dat hij van ongeloof werd beschuldigd en verbannen werd uit Athene, waar hij de grondlegger was geweest van de democratie, en dat zijn boeken werden verbrand. Hij was ook aanhanger van het 'relativisme'. 'Over elk onderwerp zijn twee tegengestelde opvattingen mogelijk', was ook een van zijn afomismen.  Socrates en Plato zetten zich later af tegen dat relativisme. Net als Pythagoras was hij docent grammatica. Daarnaast was hij literair commentator.

- Pythagoras


Q

- Quintilianus

  

Marcus Fabius Quintilianus (35 -100 na Chr.) was een Romeins advocaat en groot retoricus. Hij werd hoogleraar in de retorica en schreef  het standaardwerk 'De Institutione oratoria'. Fabels zag hij, zoals dat toen ook was, als geschikt voor eenvoudige ouderwetse mensen. Hij zou later grote invloed hebben op het humanisme. Pas vanaf Boccaccio kreeg de fabel belangstelling vanwege zijn literaire waarde.


naar inhoud/index/home

R


- Romulus en Remus

 

Romulus en Remus, twee vondelingen, gezoogd door een wolvin, de latere stichters van de stad Rome, komen voor in het verhaal 'Aeneas' van Vergilius. Deze Romulus en 

Remus markeren het begin van het Romeinse Rijk.

naar
inhoud/index/home
 

 

- Romulus, keizer

 

Keizer Flavius Romulus Augustus (465-507 na Chr.) was de laatste Romeinse keizer. Hij liet voor zijn zoon Tiberius door een ondergeschikte schrijver een hertaling maken van de fabels van Aesopus, die Phaedrus eerder op papier had gezet. De 83 bekende fabels staan bekend onder de naam 'Fabels van Romulus'. Deze Romulus markeert het einde van het Romeinse rijk.


naar inhoud/index/home

S

- Scheherazade, ook wel Sheherazade 

 

Vertelster aan sultan Sjahriaar van de 'sprookjes van 1001 nacht'. De sultan was jaloers geworden, omdat twee van zijn vrouwen hem met een ander had bedrogen. Om er zeker van te zijn, dat dat niet meer zou gebeuren, liet hij de maagd van die nacht bij zonsopgang doden. Scheherazade wist echter telkens haar leven te redden door het vertellen van sprookjes, zonder deze te beëindigen, zodat haar weer een dag werd vergund om verder te vertellen en met een nieuw sprookje te beginnen, enzovoort. Eigenlijk volgens het principe van de moderne cliffhanger in een TV-soap. Zij is dus eigenlijk de uitvindster van de raamvertelling en de cliffhanger. Het is zeer de vraag of dit op de werkelijkheid berust of onderdeel is van de sprookjes. Men houdt het er op, dat zij en de sultan imaginair zijn. Haar oorspronkelijke sprookjes waren veel erotischer, dan die welke wij in het Westen kennen en die zijn aangepast aan de Christelijke moraal. Na 1001 sprookjes was de sultan zijn jaloezie kwijt en spaarde hij haar leven.

 

 

               Scheherazade en Sjahriaar

 

     Odalisk Scheherazade/copyrights zie bron    

naar inhoud/index/home

- Socrates

 

Socrates (470-399 v. Chr.)  had de primeur van de Griekse filosofie. Na hem kwamen zijn leerlingen Plato en Aristoteles. Hij stelde primair het handelen van de mens centraal. Maatschappelijk verantwoord handelen volgens 'universele normen' vond hij het belangrijkst.  Socrates zou ook fabels hebben beschreven in zijn Phaedo 61a, maar daar is niets van bewaard gebleven.  Socrates werd ter dood veroordeeld en stierf door het drinken van de gifbeker.

 

 

          De dood van Socrates, door Jacques-Louis David olieverf op doek, Metropolitan Museum of Art, New York

 

             de gifbeker voor Socrates/copyrights zie bron 

naar inhoud/index/home

 

- Vergilius, Publius 
 

 

Publius Vergilius Maro (70 - 19 v. Chr.), ook wel geschreven als 'Virgilius', was een Romeins advocaat, die echter hoofdzakelijk heeft gewerkt als dichter. Hij is vooral bekend geworden met zijn 'Aeneis' over het ontstaan van Rome, gelijkwaardig aan de Ilias en Odyssee van Homerus. Daarnaast schreef hij zijn 'Bucolica', herdersgedichten, en veel gedichten over het boerenleven. Bekend is ook zijn 'Culex', een fabel over een mug, aan wie een slapende herder zijn leven heeft te danken, omdat de mug hem wakker stak op het moment dat hij bedreigd werd door een slang.

 

X

- Xanthus
 
 

 

Xanthus, in het Grieks: Xanthos, wat 'de blonde' betekende (ca. 630-550 v. Chr.) was een filosoof en had een privé-school in de retorica. Hij kocht de mismaakte slaaf Aesopus, die verder aan niemand te verkopen was, op de markt vanwege diens welbespraaktheid. Aesopus ging les geven op de privéschool van Xanthus en deed verder allerlei werkzaamheden in en rond het huis van Xanthus op het eiland Samos, het geboorte-eiland van ook Pythagoras. Nadat de oppermachtige koning Croesus van Lydië het eiland Samos de oorlog had verklaard, had Xanthus zijn slaaf Aesopus, wanwege zijn overtuigende welbespraaktheid, als afgevaardigde naar Lydië gezonden. Zou diens bemiddeling op niets uitdraaien, dan was hij slechts een slaaf kwijt. Aesopus slaagde er echter in door middel van de metafoor van 'de vogelvanger en de krekel' koning Croesus er van te overtuigen om van verovering van Samos af te zien. Xanthus bevrijdde Aesopus vervolgens uit zijn slavernij.  

De grote verdienste van Xanthus was in de eerste plaats de capaciteiten te zien van Aesopus, toen hij hem als 'slechtste' slaaf kocht op de markt. En in de tweede plaats om Aesopus als onderhandelaar te zenden naar koning Croesus. Zonder Xanthus zou Aesopus waarschijnlijk nooit zijn ontdekt en daarmee zou het genre 'fabels' West-Europa waarschijnlijk zijn onthouden. En zonder Aesopus op zijn beurt zou Xanthus waarschijnlijk nooit bekend zijn geworden. Ere wie ere toekomt! 


naar inhoud/index/home

- Xanthus en Balius 

 

Xanthus en Balius, in het Grieks Xanthos en Balios, waren de twee paarden, waarmee Patrocles de Trojaanse oorlog introk, welke hij evenwel niet overleefde. De paarden waren van Achilles. Xanthus was, naar de betekenis van hun namen, een blond en Balius een gevlekt paard. De paarden waren oorspronkelijk van Peleus, de vader van Achilles. De paarden waren onsterfelijk en de godin Hera had aan hen het menselijk spraakvermogen geschonken, wat hen geschikt maakte tot fabeldier. Mogelijk heeft dit de schrijver van de TV-serie 'Mr. Ed, het sprekende paard' op dit idee gebracht. 

 

naar inhoud/index/home

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 zoek
www.uit-je.com
lees verder
nieuwsbericht
Op 11 september 2010 zal fabulist Guido samen met zangeres en toonkunstenares Judith Koch optreden in Maarn. Dit ...  lees verder